KISS syndroom

De impact van de geboorte op het lichaam van een baby

KISS-Syndroom

De afkorting "KISS" staat voor Kopfgelenk-Induzierte Symmetrie-Störungen waarmee een groep van asymmetriëen in de lichaamshouding wordt bedoeld die hun oorzaak vinden in de bovenste halswervels en schedelgewrichten. Uit de praktijk maar ook uit wetenschappelijke studies blijkt dat het functioneren van de bovenste nekgewrichten van groot belang is voor de houding en voor de motorische ontwikkeling van de pasgeborene. De zuig- en slikreflex wordt ook beïnvloed door de schedelbasis en de eerste wervels.

 

De asymmetrie van de zuigeling is één van de duidelijkste symptomen van het KISS-syndroom. Sommige baby's vertonen het gedrag van veel of ontroostbaar huilen juist niet. Daarom wordt het asymmetrisch liggen dikwijls te laat ontdekt en gaat de schedel zich soms al na 4 weken afplatten. Daarom raden osteopaten aan om de baby te laten controleren en indien nodig te behandelen. Men moet er bij stilstaan dat een schedelafplatting een asymmetrische ontwikkeling in het hele lichaam kan veroorzaken. Deze meer complexe, nauwelijks zichtbare asymmetrie in houding en ontwikkelende functies spelen een negatieve rol in de ontwikkeling van het kind. Niet elke schedelasymmetrie is een gevolg van het KISS-syndroom. Er zijn meerdere oorzaken, zoals een bepaalde ligging of voorkeurshouding in de baarmoeder.

 

Kinderen die met een mooi rond hoofdje ter wereld komen, kunnen toch een schedelasymmetrie ontwikkelen omdat ze constant in dezelfde houding in de wieg liggen. De ouders moeten daaraan aandacht geven. De osteopaat kan met enkele behandelingen trachten functieherstel in de bovenste nekgewrichtjes te bereiken, waardoor toename van de al aanwezige schedelasymmetrie wordt voorkomen. Voor deze "schedelvervorming" is door de klassieke geneeskunde de helmtherapie ontwikkeld. Deze helm dient het kindje dag en nacht te dragen, waardoor de schedel weer een normalere vorm krijgt, maar het feitelijke onderliggende probleem wordt dan niet behandeld. De hoge nekgewrichtjes, die in asymmetrische zin functioneren, blijven storend werken op de (asymmetrische) houding en motoriek van de zich ontwikkelende baby. Niet alleen vlak na de geboorte maar ook nog in de maanden erna blijkt osteopathie een effectieve therapie te zijn.

 

In de hersenstam worden reflexen opgewekt die een rol spelen bij o.a. zuigen, slikken en ademhalen. Deze reflexen zijn zeer belangrijk voor de eerste behoeften en voor het welbevinden van de zuigeling. Een scheve stand van de bovenste nekwervel(s) kan er toe leiden dat de zuigeling dikwijls overstrekt of met een scheve verdraaide nek ligt. Deze scheefheid zet zich voort over de gehele romp zelfs tot in het bekken en heupgewricht. De baby is asymmetrisch, de ontwikkeling van het kind kan hieronder leiden en het kind vertoont vaak een complex klachtenpatroon. Het zich behaaglijk voelen ontbreekt, de baby huilt veel, slaapt slecht en kan niet goed eten (door een zwakke zuig - en slikreflex). Onbehagen overheerst het leven van de baby. Alles is het kindje teveel en hij is overprikkeld. Zelfs liefdevolle verzorging/aanraking kan heftige reacties oproepen die zich uiten in overstrekken. Bij veel kinderen blijft dit onbehagen hun leven voor een deel bepalen en speelt het zelfs nog een grote rol in de verdere ontwikkeling. Enkele behandelingen osteopathie blijken veelal toereikend te zijn om deze problemen aan te pakken en zijn niet te vergelijken met de z.g. helmtherapie en langdurige oefentherapie.