Osteopathie bij de zwangere vrouw

Osteopathie kan veel betekenen voor de zwangere vrouw. Er kan een comfortverhoging voor de vrouw en foetus plaatsvinden omdat het lichaam een grotere bewegingsvrijheid zal ondervinden.

Hoe zal de osteopaat te werk gaan bij een zwangere vrouw? Op een zelfde manier dan bij een niet zwangere vrouw. Hij zal beginnen met een anamnese om dan het onderzoek en de behandeling te laten volgen.

De zwangerschap kan verdeeld worden in drie trimesters

Eerste trimester

De zwangere vrouw is hier meestal gevoelig, misselijk en emotioneel. Oude klachten kunnen weer terugkomen zeker als die gesitueerd zijn ter hoogte van het bekken, de heupen of de onderrug. Ondanks dat de baarmoeder nog laag zit, ondergaat het lichaam een verandering in houding wat zich kan uiten in rugklachten. Door een congestie in het kleine bekken kan de vrouw ook pijn krijgen aan het schaambeen of in de onderrug. In deze periode ondergaat het lichaam een enorme hormonale verandering, de ligamenten worden lakser en het lichaam moet zich hier aan aanpassen!

Tweede en derde trimester

Het tweede en derde trimester lijken goed op elkaar!

 

Hier wordt gevoeld en gekeken naar de hoogte van de top van de baarmoeder (fundus uteri). Wanneer deze lager zit dan schema, niet onmiddellijk veronderstellen dat de baby in groei achterwege blijft! Groeiachterstand is een mogelijkheid maar ook tractie aan de uterus kan een reden zijn waarom de fundus uteri lager zit. Als osteopaat onderzoek je de beweeglijkheid rond de baarmoeder en bij een beperking behandel je daar!

 

Vanaf het tweede trimester krijgen we een hormonale stabilisatie. Vanaf nu secreteert de placenta de zwangerschapshormonen.

 

Embryologisch is het ook een rustigere periode want alle systemen zijn gevormd, nu is het een kwestie van groeien.

 

Meestal zal de zwangere vrouw zich minder moe, misselijk, gedeprimeerd voelen en vanaf het tweede trimester voelt ze vaak de baby bewegen wat ook heel belangrijk is!

 

In praktijk voel je bij een zwangere vrouw vaak een strak, recht aanvoelende wervelkolom. Dit is een gevolg van de toename in volume van de baarmoeder die aan het middenrif trekt, het middenrif trekt op zijn beurt de onderste zes ribben en het borstbeen naar beneden. Door deze caudaal gerichte tractie op het borstbeen en de ribkas krijg je een delordosering van de onderrug. De vrouw bezit dus niet de mogelijkheid om een grote lordose te maken in de onderrug.

 

Er zal een houdingsverandering plaatsvinden ter hoogte van volgende overgangszones: schedel-nek, nek-borst en onderrug-bekken.

 

Klachten ten gevolge van houdingsverandering en druk op organen zijn volgende:

  • kortademigheid
  • hoofdpijn
  • veneuze congestie in het kleine bekken met als gevolg oedeem, spataderen, aambeien, pijn ter hoogte van het schaambeen en bekken - lumbalgie
  • spijsverteringsklachten
  • verhoogde druk op de blaas wat betekent vaker urineren maar ook een gedaalde circulatie met als gevolg een grotere kans op infecties
  • reflux (3e trimester)

In praktijk onderzoekt de osteopaat zeker het bekken, de ribben en het borstbeen. Als één van die zones restrictief is, vermindert het comfort van de vrouw enorm, dus behandelen is belangrijk!

 

Door te behandelen verhoog je niet alleen het welzijn van de vrouw maar maak je ook meer ruimte voor de baby.

 

Een indaling van de foetus gaat gepaard met een achterwaartse kanteling van het bekken.

 

De uitdrijving van de baby gaat gepaard met een voorwaartse kanteling van het bekken.

 

Deze bewegingen kunnen niet uitgevoerd worden wanneer de sacrospinale en sacrotuberale ligamenten te hard en gespannen staan. Dit is een heel belangrijke zone bij de zwangere vrouw en moet bijna altijd behandeld worden als voorbereiding op de bevalling!

 

De behandeling van de zwangere vrouw begint bijna altijd bij het bekken. Vervolgens worden de verdere bewegingsrestricties in het lichaam onder handen genomen.